U bent hier: Home / Aan de Kinderombudsman

Aan de Kinderombudsman

by J.L. de Kreek — last modified 19-06-2013 16:20
Opgeslagen onder:

Omdat in Trouw vandaag te lezen is dat de Kinderombudsman onderzoek begint naar de kwaliteit van de rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg, heeft de casemanager van LoketBJZ een brief geschreven aan dhr Marc Dullaert. Goede Nieuws citeert daaruit. De vraag is of de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg voldoende doen om feiten te controleren. De Kinderombudsman gaat onderzoeken of er voldoende aan waarheidsvinding wordt gedaan.

Hij gaat in gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, kinderrechters en de Inspectie voor de Jeugdzorg. Ook praat hij met ouders en kinderen, om te horen hoe hun stem wordt meegewogen. De casemanager van LoketBJZ kan op grond van dagelijkse praktijkervaringen verklaren dat Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming niet aan waarheidsvinding doen. Voorts vinden zij dat waarheidsvinding van hen niet verwacht worden kan. Citaat uit de brief van LoketBJZ vandaag aan de Kinderombudsman:

Op grote schaal worden kinderen uit huis geplaatst zonder dat dit vergezeld gaat van (deugdelijke) waarheidsvinding. Artikel 2J van de Wet op de Jeugdzorg vereist het redelijke vermoeden van de daadwerkelijke bedreiging van een jeugdige door een in dat artikel limitatief bedoeld risico. Het bijpassende onderzoek hoort kwalitatief minimaal gelijk te zijn aan onderzoekingen op grond van artikel 27 Sv. Daaraan zijn in het algemeen en voor minderjarigen in het bijzonder hoge eisen van dwingendrechtelijke aard gesteld.

De leden van Jeugdzorg Nederland bezitten justitiële middelen in het civielrechtelijke kader. Zij passen die toe met gesloten deuren ten overstaan van de marginaal toetsende kinderrechter. De Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, het AMK doen niet aan waarheidsvinding, en ook de kinderrechter niet. Bovendien zijn sommige kinderrechters tevens medewerker bij een geschillencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming of een Bureau Jeugdzorg. De kinderrechter is niet aangesteld waarheidsvinding te verrichten. Kinderrechters beslissen in particuliere geschillen over belangen van minderjarigen.

Wanneer daarbij een partij over justitiële middelen beschikt, hoort er sprake te zijn van diepgaand feitenonderzoek door BJZ/Raad én de onafhankelijke kinderrechter. Het onweerlegbare bewijs hoort geleverd te zijn dat de minderjarige louter (nog) met uit huis plaatsing geholpen worden kan. Het uit huis plaatsen van minderjarigen is een ultiem middel waarbij de toepassing ervan niet overgelaten worden kan of mag aan een particuliere organisatie die bovendien betaald wordt per uit huis geplaatst kind. Dat is een perverse prikkel waarvan bestuurders weten kunnen dat dit negatief uitpakt in verband met de belangen van minderjarigen.

Namens ouders maakt LoketBJZ werk van zware strafklachten tegen (medewerkers van) de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg in verband met bedrijfsmatige kinderhandel (273f Sr), deelname criminele organisatie (140 Sr) en ambtsmisdrijven (162 Sv). Vader van het kind wiens belangen het gehartigt in de eerste lijn is meerdere keren in elkaar geslagen door meerdere medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg tegelijk. Politie en justitie worden kennelijk voor het karretje gespannen. Zij maken in ieder geval de fout bij en tijdens het verlenen van assistentie aan Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming niet te vragen naar het originele afschrift van de aan de executie voorafgaand betekende rechtsgeldig ondertekende beschikking(en) van de rechtspraak. De brief van LoketBJ aan de Kinderombudsman gaat verder:

In het algemeen valt overigens niet te begrijpen dat het toezicht op naleving van artikel 2J WJZ door ouders niet over is gelaten aan het Openbaar Ministerie. Ook het OM is bevoegd tot aanvragen van OTS of UHP. Daarbij komt dat het primair  voor de Teams Jeugd of het lokale bureau van politie nodig is de meldingen te krijgen in verband met schendingen van artikel 2J WJZ. Dit maakt preventief toezicht makkelijker en draagt bij aan de verhouding tussen burgers en bevoegd gezag. Verzekert waarheidsvinding. En voorkomt valse meldingen. Nu is er de verwijsindex op verwijsindex.nl. Die database wordt gebruikt om kinderen te “machten”. Veel personen kunnen data in verband met minderjarigen aan die database toevoegen. Niemand controleert deze data op feitelijke juistheid.

Dat één en ander kennelijk opettelijk corrupt vorm is gegeven blijkt logisch uit artikel 21 van de Wet op de Jeugdzorg. Dàt artikel bepaalt dat mishandelingen van minderjarigen door jeugdzorg medewerkers aan bepaalde andere medewerkers van jeugdzorg gemeld moet worden. Medewerkers van de Commissie Samson verklaarde bij mij aan de telefoon dat hen onderzoek naar de gang van zaken achter de deur bij de instellingen onder toezicht van BJZ en Raad moeilijk gemaakt werd door medewerkers van deze organisaties. Ook het rapport van de Commissie Samson adviseert strafrechtelijke middelen te bezien als reactie van de overheid op het vergaande decennia lange seksueel misbruik van minderjarigen onder toezicht van BJZ en/of de Raad.

Personen die tegen de wil zijn opgesloten geweest in een instelling onder de hoede van de Willem Schrikker Groep ouden de aan de casemamanger van LoketBJZ verklaard hebbenj dat kinderen in die instelling voor het oog van de bewakingskamera misbruikt zijn, en dat niemand wat doet. In sommige gevallen is er zelfs sprake van genocide, aldus LoketBJZ. Dit is het geval bij bekering onder de hoede van Jeugdzorg (Art 3 lid 1 sub e Wet Internationale misdrijven). Er is een waslijst aan klachten. LoketBJZ bietdt tot slot van de brief aan verder te adviseren want Verandering is noodzakelijk. De casemanager van LoketBJZ schrijft nog dat het de partijen bij wie Kinderombudsman  onderzoek doet kan laten zien hoe het zonder wetswijziging redelijkerwijs anders kan.

Share |
gearchiveerd onder:
comments powered by Disqus