U bent hier: Home / Journalisten zijn matennaaiers

Journalisten zijn matennaaiers

by J.L. de Kreek — last modified 30-01-2016 06:00
Opgeslagen onder:

Nederlandse journalisten zijn bij meerderheid criminele matennaaiers die collectief en individueel zwijgafspraken blijken na te komen in verband met de terroristische organisatie van de helden van Wilders. Internet geeft toegang tot een overvloed aan informatie die voorheen alleen in stoffige archiefkasten verborgen zat. Daartussen de publicaties van de helden van Wilders in voor iedereen begrijpelijk Duits en Engels waarin zij uit de doeken doen dat en hoe zij de Judenfrage totaal oplossen.

Na de Franse Revolutie met de invoering van de mensenrechten en democratie ging het snel bergafwaarts met het antisemitisme in Europa. De helden van Wilders schrijven zelf in hun publicaties dat dit een feit is. Ook schrijven de helden van Wilders dat antisemieten hun beste partners zijn en dat zij antisemitisme nodig hebben voor het volbrengen van hun plannen. Eind 19e eeuw reeds ruim voordat Hitler aan de macht kwam schreef de held van Wilders dat iemand als Hitler nodig was om de totaal oplossing van het Jodenvraagstuk te “benaderen”.

De man die als geestelijk vader gezien moet worden van de Tweede Wereldoorlog, de Jodenvervolging van 1940-1945 en het bombardement op Rotterdam was een prominente invloedrijke journalist die eind 19e eeuw een krachtige campagne voerde voor de deportatie van de bulk van Joden uit Europa. Hij maakte in 1897 van de Exodus het oorlogsdoel van zijn organisatie. Deze journalist is ook held van Wilders.

De journalisten en verslaggevers van de Telegraaf waren de volgers van de held van Wilders anno 1923 behulpzaam bij en tijdens het verspreiden van de holocaustplannen van hun collega. Na de oorlog liegen de medewerkers en de journalisten van de Telegraaf collectief en individueel over de sleutelrol van de Telegraaf bij en tijdens de verspreiding van de Holocaustplannen van de held van Wilders onder gelijkgestemden, ruim vijftien jaar vóór het uitbreken van de oorlog. Ook demoniseren zij een ieder die de waarheid en de feiten publiceert.

De Nederlandse journalisten zijn bij meerderheid laffe matennaaiers die de titel journalist niet waard zijn. Propaganda voor een terroristische organisatie is geen journalistiek. Het zijn niet alleen de Nazifeiten van de helden van Wilders waarover de Nederlandse journalistiek hardnekkig zwijgt. Het is ook de grootschalige gedwongen verdwijning van Nederlandse minderjarigen in een netwerk waarvoor Joris Demmink ambtelijk verantwoordelijk is geweest waarover gezwegen wordt. Voorts wordt er gezwegen over de feiten die bewijzen dat de torens van de Twin Towers niet door de vliegtuigen kunnen zijn ingestort en dat het Nederlands kabinet en parlement sinds Balkenende I hoofdzakelijk uit oorlogscriminelen bestaat.

Met géén journalist in Nederland is de feiten te bespreken. Jan Roos en Rutger Castricum leggen de feiten gewoon naast zich neer en lachen de boodschapper hardop uit. Arnold Karskens begint te dreigen en schelden. Kustaw Bessems levert propaganda. Jort Kelder bedient zich van lasterlijke aanklachten. Matthijs van Nieuwkerk en zijn redactie mishandelen de boodschapper. Bij Pauw en Witteman halen ze tevens de schouders op voor de feiten. Chris Klomp noemt de boodschapper “koekoek” en demoniseert andere journalisten die niet denken als hij. Oud hoofdredacteur van de Volkskrant en nu burgemeester van Hilversum zegt dat de aanslagen in de VS 11 september 2001 al zo lang geleden zijn en dat het daarom niet toe doet wat er écht is gebeurd. Hans Knoop geeft niet thuis en ook Frénk van der Linden is laf.

Share |
gearchiveerd onder:
comments powered by Disqus