U bent hier: Home / Persoonlijke problemen Mark Rutte

Persoonlijke problemen Mark Rutte

by J.L. de Kreek — last modified 11-06-2013 15:55
Opgeslagen onder:

Dat nog niemand van de mainstream media, aluhoedjes en roddelpers de persoonlijke problemen van Mark Rutte, Jeanine Hennis en Fred Teeven opgevallen zijn, is ronduit bizar. Niet vreemd dat Femke Halsema van De Correspondent het nooit over de persoonlijke problemen van Mark Rutte heeft. Het zijn ook haar persoonlijk problemen. Bovendien zijn het de persoonlijke problemen van Jort Kelder en Matthijs van Nieuwkerk.

Het persoonlijke probleem van Mark Rutte is dat hij politiek ambtelijk gelegenheid geeft aan oorlogsmisdaden, terrorisme en genocide in Islamitische landen, en daarmee de samenleving naar de rand van de afgrond draagt. De rechtspraak brengt hij daarmee in de war, die denkt nu dat Mark Rutte niet persoonlijk vervolgd mag worden voor zijn politiek ambtelijke deelname aan genocide in Irak.

Het was 03 december 2010 dat de Hoge Raad zich verslikte in het verzoek tot strafvervolging van Nederlandse politici sinds Balkenende I in verband met deelname aan genocide in Irak. Het bepaalde dat deze delinquenten niet zonder consent van henzelf vervolgd mogen worden omdat het misdrijf tot de discretionaire bevoegdheid van de politici behoorde. Op 07 april 2006 heeft de Hoge Raad een soortgelijke beschikking afgegeven over dezelfde plegers. Toen ging het om deelname aan de oorlog in Irak, (ii) het lidmaatschap van de "Coalitie of the Willing" en (iii) de affaire rond de toestemmingswet voor het huwelijk van mevrouw Wisse Smit en Prins Johan Friso.

In de zaak van de genocide miskent de Hoge Raad volledig het feit dat  internationaal (gewoonte)recht bepaalt dat (deelname aan) genocide door politiek ambtsdragers in particuliere hoedanigheid vervolgd hoort te worden. Gegeven overige feiten en omstandigheden wijst deze misslag van de Hoge Raad op diepliggende pijnpunten bij de Hoge Raad die doen denken aan het bij Mark Rutte, Jeanine, Hennis en Fred Teeven bekend zijde Toetsingsarrest van de Hoge Raad van 12 januari 1942 (NJ 1942/271), waarin het besloot dat de Nederlandse rechter de verordeningen van de bezetter niet mocht toetsen aan internationaal recht.

Ook uit de rechtspraak en De Wet Internationale Misdrijven, van commentaar voorzien door mr. J.R.G Jofriet in de Studiepockets Strafrecht (uitgeverij Kluwer, nr 39, blz 64), blijkt dat genocide of het begaan of het laten begaan van oorlogsmisdrijven niet tot de 'official capacity' kunnen behoren. Het Hof Amsterdam heeft reeds 20 november 2000 in de zaak Bouterse/Decembermoorden (LJN:AA8395, r.o. 4.2.) in een beklagbeschikking geoordeeld dat:

Het plegen van zeer ernstige strafbare feiten als waarom het hier gaat, kan immers niet tot de officiële taken van een staatshoofd worden gerekend.

Deze vaststelling van het Hof ging vergezeld van het oordeel van de door het Hof geraadpleegde deskundigheid van onder andere prof. C.J.R. Dugard, hoogleraar in het volkenrecht aan de Universiteit Leiden en Senior Council, Supreme Court of South-Africa, die in zijn rapportage verklaarde:

foltering als misdrijf tegen de menselijkheid reeds in 1982 een misdrijf was volgens internationaal gewoonterecht en dat de dader daarvan persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld

Het Openbaar Ministerie denkt nu in strijd met het recht het Mark Rutte niet zonder zijn nadrukkelijke toestemming -gebruikmakende van de commune middelen waarover het Openbaar Ministerie beschikt- vervolgen mag voor gelegenheid geven aan genocide in Irak. Een voordeel met beperkte houdbaarheid. Mark Rutte, Jeanine Hennis, Tred Teeven, Jort Kelder en Matthijs van Nieuwkerk zijn in 'crime fighters' termen aangeschoten wild. Zij kunnen niks meer goed doen. Het is slechts een kwestie van tijd totdat de Hoge Raad bewust is dat het wederom en weer vergezeld gaand van internationale misdrijven van Nederlandse politiek ambtsdragers, een misslag heeft gemaakt die gerepareerd moet worden.

Share |
gearchiveerd onder: ,
comments powered by Disqus